Kerkverband bemoeilijkt contextualisatie

Nederland ontboste in de laatste decennia. De soorten loofbomen namen toe, maar het aantal en de grootte van de bomen nam sterk af. Van de Tamme Kastanje (gkv) zijn iets meer dan 270 bomen over. En er zijn nog zo’n 120 eikebomen, 70 berken, 118 essen en zo’n 1200 beuken

Wat opvalt: Jonge bomen worden nauwelijks geplant. Zowat alle boomverzorgers zijn bezig met onderhoud aan bestaande bomen. Vanwege Westerse klimaatsveranderingen en ziektes in de boom zelf hebben de boomsoorten nl. een moeizaam bestaan. Vrijwel alle energie gaat op aan conservering. Kerkverbanden bemoeilijken contextualisatie en stimuleren kerkplanting niet

Losse boomsoorten i.p.v. een groot loofbos

Wat wij als kerken en kerkmensen in de afgelopen decennia deden… dat was vooral het bewaken van de boomsoort, het conserveren van de boomvorm en het in stand houden van de eigen soort. Het was, dachten we, DE manier om in stormen overeind te blijven en in afbraakperiodes te blijven staan.
Maar vasthouden werd en wordt steeds vaker verkrampen.
De nadruk lag en ligt veel te veel op het bewaren van de echte kastanje, de ware eik en de beste berk.

We hebben geen oog voor de functie van onze bomen in het loofbos.
Of voor de groei van het bos als geheel

Hoe duidelijker de bosjes worden afgebakend, hoe beter elke boom past in de ware groep, hoe fijner we het vinden.
Ik krijg er echter steeds mee moeite mee: wat een gebrek aan bosbeheer!
Of, om even een andere metafoor te gebruiken, wat een typisch menselijke torenbouw: Gaan voor veiligheid, gezamenlijkheid, zichtbaarheid.

loofbomen, lofbos, contextualisatieGods koninkrijk als loofbos

Willen we de komende jaren écht iets betekenen voor het klimaat in ons land dan moeten we anders gaan denken: In elke loofboom is missionaire DNA aanwezig, maar het komt er niet uit in ons blad en onze vrucht. De afbakening in eigen boomsoorten en het in stand houden van de soort, via gezamenlijke vormen en afspraken, ze zijn contra-productief geworden. We zijn niet eigentijds, we kennen als boom alleen onze eigen plek, onze plaatselijke vormen van kerk-zijn. En we zijn niet gericht op voortplanting.
Gods loofbos komt vast wel. Maar, heb ik de indruk, te vaak ondanks ons.

God wil een loofbos. Hij denkt vanuit de grote lijnen naar de kleine details.
Meer dan losse boomsoorten wil hij een groeiend bos van LOOFbomen. Wat zal het hem uitmaken of  het berk, eik of kastanje is. Als ze maar LOVEN. Als ze maar plekken bieden waar mensen willen wandelen, vertoeven, liefst blijvend.

In een andere metafoor:
De kerk is Gods bruid
met onze organisatievorm van kerkgenootschappen is hij niet getrouwd

Kerkverbanden zijn op zich geen Bijbels gegeven. Gods verbond is met mensen. Zijn rijk is voor mensen. De kerk speelt daar zeker een rol bij. En onderlinge samenwerking als kerken kom je o.m. tegen in Handelingen. Maar kerkverbanden an sich zijn dus absoluut niet heilig.
Mogelijk kan een kerkverband de kwaliteit van kerken bevorderen, maar volgens mij dragen ze al jaren nauwelijks bij aan de kwantiteit van het loofbos. Soms zijn kerkverbanden nuttig, soms niet. Het zijn gewoon menselijke uitvindingen.

To BOOM or not To BOOM, that’s the question!

De laatste jaren zijn de kleine protestantse kerkverbanden aan het afbrokkelen. Daar lijken verschillende redenen voor

  1. Het lijkt te beginnen aan de basis:
    Veel christenen zijn betrokken op hun gemeente.
    De grotere organisatie van het kerkverband zegt hen steeds minder.
  2. Er is weinig waar kerkverbanden tegenwoordig wezenlijk aan bijdragen volgens veel leden
    Ze kosten geld, vanwege de boven-kerkelijke platforms en opleiding
    Maar wat levert zo’n kerkverband nou echt op?
    Waarom zou je als kerklid warm lopen voor de boomsoort? Zeker  omdat we tegenwoordig ook vaak met genoegen andere boomsoorten zien, er bezoekjes brengen en dan ontdekken hoe prachtig ook andere loofbomen zijn.
  3. Een van de grootste gebreken van de kleine protestantse kerkverbanden
    is hun sterke aandacht op interne discussies: M/v in de kerk, emeritaatsfonds,
    werkorde, afspraken  en procedures, wel of geen PS meer…
    En bij een aantal discussies speelt sterk… hoe houden we de boomsoort bij elkaar?
    want… binnen een kerk nemen de verschillen toe. En tussen de kerken onderling ook
    Zo ontstaan impasses. Want wat het kerkverband ook kiest… er komt altijd heibel van.
    Het lijkt erop dat oude bomen een soort intern rottingsproces doormaken…
  4. Nog een gebrek, misschien zelfs veel bepalender, is het ontbreken van een inspirerende gezamenlijke visie.
    We hebben geen gezamenlijk idee van wat God met de Kastanje wil in onze tijd.
    Er is geen gevoel van urgentie om een land met steeds minder loofbos te dienen en wat de Kastanje daarin kan bijdragen.
    We hebben zeker missionair DNA. Maar we laten niet jaarlijks 100-en stekelige vruchten vallen die glanzend openspringen en voor anderen eetbaar zijn.
    Er is dus een groot gebrek aan visie en beleid voor de grote zaken van God – waar de kerk toch voor zou moeten staan.
    En zo geeft het kerkverband haar leden geen inspiratie en geen enthousiasmerende koers!
    Het lijkt er op dat de oude bomen niet meer weten wat het doel van een Loofbos is.
  5. Als christen zien we allerlei boomsoorten. We kijken om ons heen. We gaan op bezoek.
    We genieten van de verschillen (waar we vroeger voor waarschuwden) en waarderen de diversiteit…
    Maar de gesprekken in de kerkverbanden gaan over de eigen merkjes en hoe je die behoudt: Ik ben Eik, Ik ben Kastanje.
    Weinig boomsoorten kijken verder dan hun kruin groot is.
    Weinig zetten op hun plaatje: Ik ben loofboom. Deel van Bos.

Kerkverbanden die vooral zo opereren zijn hun nut verloren. Niet leuk. Wel Bijbels…
Johannes 17 is heel duidelijk als het gaat over zichtbare eenheid van christenen:

Ik bid niet alleen voor hen, maar ook voor degenen die door hun verkondiging in mij geloven. Vader, laten ze allen één zijn zoals u in mij bent en ik in u ben. Laten ook zij in ons zijn; dan zal de wereld geloven dat u mij hebt gezonden. De glorie die u mij hebt gegeven, heb ik hun gegeven opdat ze één zijn zoals wij één zijn: ik in hen en u in mij. Zo zullen ze volmaakt één zijn, en dan zal de wereld weten dat u mij gezonden hebt en dat u hen hebt liefgehad zoals u mij hebt liefgehad.

Kerkelijke verdeeldheid, ruzies en afscheidingen, zoals bij allerlei boomsoorten en in plaatselijke kerken het geval is – en steeds weer opduikt –  het staat in de weg ‘dat de wereld weet dat God z’n Zoon gezonden heeft tot een redding voor velen’.

Een passage als Filippenzen 2 zou richting kunnen geven.
Daar zijn niet de vormen, de afspraken en dezelfde liederen bepalend voor de eenheid,
maar de ene Geest, de ene verlossing en de ene Christus:

Als dus in onze verbondenheid in Christus vermaning en liefdevolle bemoediging, gemeenschap van Geest en gevoelens van genegenheid en meeleven u iets zeggen, maak mij dan volmaakt blij door eensgezind te zijn, door één te zijn in liefde, gelijkgezind en één in streven. U moet die gezindheid hebben die ook Christus Jezus had.

Elke loofboom zichtbaar teken van Gods bos: contextualiseer dus

avondmaal

contextualisatie, menswording, incarnatie

Leslie Newbigin (in Gospel in a Pluralist Society / 1986) zegt dat álle kerken geroepen worden tekens van het Koninkrijk van God te zijn. De drager van het Koninkrijk is de Geest. Deze brengt mensen tot de lof van God.
Als we dat als losse kerken (nu nog verzameld in kerkverbanden) nou eens leerden!

De pluriformiteit van de kerk draagt bij aan evangelisatie, aan toetreding en veelkleurigheid van het bos. De verscheidenheid, veelvormigheid, de multiculturaliteit, en de verschillen in klimaat, de vormen en sferen… ze zijn allemaal outlets van kerk in de Nederlandse maatschappij.
Juist de diversiteit geeft heel veel ingangen. Daardoor kun je van vele kanten het loofbos inlopen.
Heel veel diersoorten vinden hun voedsel bij de verschillende sorten bomen en hun vruchten. Je schuilt in een wilg, je rent de stam op van een berk en je zoekt de nootjes van een beuk. Mensen met verschillende karakters, verwachtingen en vragen hebben verschillende kerken nodig.
Dus… veel diversiteit draagt bij aan de kans dat veel mensen de weg vinden naar de God die van al deze kerken de Heer wil zijn.

Het is niet:
de God van de kerk heeft een missie in deze wereld,
maar de God van de wereld heeft kerken voor zijn missie

Jonge bomen kunnen contextualiseren

De afgelopen jaren blijkt dat verschillen tussen kerken toenemen. Ook binnen één kerkverband.
Nogmaals: Dit vind ik een goede zaak. Ik zou het zelfs heel graag bevorderd zien. Alleen al vanwege de missionaire dimensie van een gemeente. Jonge levende gemeentes, met oog voor niet-christenen, die passen zich aan hun omgeving aan.
Ze willen veel liever passen bij hun omgeving, dan dat ze willen (blijven) lijken op de oude kerken in hun kerkverband.

Het GKv kerkverband achter vindt contextualiseren vooral heel lastig, volgens mij.
Maar het is iets wat de Bijbel ons wel leert. God zelf bijvoorbeeld past zich aan ons aan, nog voor wij hem kenden.
Jezus leefde tussen ons in als mens. pPaulus schrijft, geïnspireerd door Gods Geest dat de christelijke manier om mensen te bereiken is: “de jood een jood, de Marokkaan een Marokkaan. En door bij de buurtbewoner in de buurt te wonen en buur te zijn.”

Een echte loofboom (van welke soort ook) zou haar plaats en rol moeten zoeken in de dubbele polariteit:
Zich richtend op God en zich richtend op de omgeving. Waar
– God loven centraal staat
(richting God)
– God dienen centraal staat
(vanuit Gods missie richting medemensen)
ontstaat er kerk.

BOVEN EN BUITEN geven vorm en doel aan BINNEN.
(de meeste bomen zetten de volgorde anders, met alle gevolgen van dien)

Oude bomen zijn mooi, maar wat doen ze aan contextualisatie en voorplanting?

Een boom kun je, als ze jong is, prima vormen met leidraad, bamboestokken en snoeien.
Je moet er wél verstand van hebben, trouwens. Het is werk voor ervaren boomverzorgers.
Eenmaal volgroeid kan zo’n boom geen een andere vorm meer krijgen.

Oude bomen kun je niet meer begeleiden. Dan moet je gaan ingrijpen, en dit laatste is pijnlijk:
vormdwang en stevige snoei: of verwijderen van takken.
Hoe ouder de boom, hoe meer de vorm er voor altijd in zit.

Met je tijd meegaan of je aanpassen aan een nieuwe context zit er daarom voor een volgroeide boom meestal niet meer in.

Dit is, volgens mij, waarom het GKv kerkverband steeds vaker contraproductief is voor de vergroting van het loofbos.
De meeste GKv kerken hebben een lange historie en een vastgelegde cultuur. Het kost verschrikkelijk veel energie om aan te passen aan een veranderde omgeving. Weerstanden zijn er van binnenuit en ‘onbekendheid met ander mogelijkheden’ speelt ze parten.
Het kán wel, lijken sommige gemeentes aan te tonen, maar dan kost het engelengeduld, heel veel trekkracht, en stapels weerstand.
En vaak moet je ook snoeien in de eigen activiteiten en de mensen die je in dienst hebt. Dat alles doet pijn.
Te veel pijn en te veel onrust voor de meeste kerken.

En aangezien de meeste kleine protestantse kerkverbanden

  • een groot aantal oude kerken kent en weinig jonge
  • de beleidsmakers uit de oude kerken komen
  • de afspraken en vormen door de oude kerken gemaakt zijn en een vaste plek hebben
  • veel van de regels en gelden bedoeld zijn de boomsoort in stand te houden…
  • en het beleid en de visie ontbreekt op de eigen rol in een LOOFBOS

zijn deze verbanden steeds vaker een remmende factor op vermenigvuldiging en voortplanting.

De meeste vrijgemaakte kerken zijn oude bomen. Niet zo gedreven, niet erg verlangend naar uitbouw en verandering, niet echt en gezamenlijk bezig met het winnen van nieuwe mensen. Liever niet. Want dan zouden ze teveel moeten opgeven van wat ze nu wel doen en wel hebben. En het is al onrustig genoeg…

In veel kerken kunnen we geen dingen doen die voor onkerkelijke mensen betekenisvol en begrijpbaar zijn, omdat het tegen onze tradities ingaat. (Mike Slaughter in ‘He shall Glorify me’)

Teveel kerken zijn, dat wat er aan energie is, kwijt aan gesprekken over liturgie, gemeenteopbouw, verschil van inzicht.
Dit laatste onderstreept trouwens een eerder gemaakt punt: bij oude bomen levert snoei een wond, bij jonge een nieuwe spriet.
Is er nog hoop voor oude bomen?

Kerkplanting en gemeente-uitbouw

Zeker. Bovenstaande is geen doemverhaal voor de kerk. Meer een constatering van de huidige stand van zaken.
En het geeft iets weer van mijn idee dat de rol van kerkverbanden OF moet veranderen OF zal uitsterven.

Ik pleit namenlijk voor een veel bredere visie op kerk-zijn dan als kerkverband.

  1. Ga niet voor je boomsoort, maar voor Gods loofbos.
  2. Ga voor een aanpak die gericht is op vóórtplanting, niet op interne groei of behoud.
Boomkwekerij

jonge bomen kweken, kerkplanting

Oudere mensen, denk aan Abraham, kunnen zich prima voortplanten.
Maar dat doen ze niet door te verkassen of zelf te veranderen.
Voorplanting gaat over nageslacht. Over dochterkerken, over adoptie- en pleegkinderen. Zaai jezelf uit als kerk door leden uit te zenden.
Die mensen kunnen nieuwe boompjes vormen, met nieuwe vormen, voor nieuwe mensen. Bid en werk dus als kerken aan ‘fresh expressions of church’.

Hoe kan je nog wel voortplanten als oude kerk (en kerkverband)

  • Een klein begin vlakbij een ouder
    Ga vanuit een bestaande oude gemeente
    – op een nieuwe plek (geografisch vlakbij) aan de slag.
    – Gemeenteleden (jong, of gedreven, of vol energie) worden hiervoor apart aangezocht en gevraagd.
    Ze worden als medearbeiders gezonden!Je start als gemeente een tweede plek voor samenkomsten
    – je doet zaken als Alpha en Emmaüscursussen,
    – je hebt bijeenkomsten met koffie en inloop.
    Want je wilt nieuwe contacten.
  • Nieuwe netwerken
    Sluit je aan bij netwerken van boomplanters
    – voor dienstverlening (diaconaat) en zorg (pastoraat aan mensen die geen kerklid zijn),
    – voor onderwijs en voorbeelden.
    Nieuwe scheuten zullen langzaam een nieuwe (en anders gevormde) boom worden.
    Voorlopig sponsor je, bemens je en steun je als zendende gemeente een of meer jonge bomen.
    Waarom zou je alleen zenden naar Indonesië, Afrika, Israël of Oostenrijk?
    In de meeste wijken in Nederland waar een kerk staat is vaak 60% of veel meer van de mensen niet-christelijk.
  • Samen een boompje kweken
    Een derde optie is het planten van een nieuwe kerk in een regio waar wel kerken zijn, maar op die locatie juist nog niet.
    In de achterhoek is daar een voorbeeld van. In Lichtenvoorde (je moet de kaart erbij pakken of ervandaan komen) wordt de grond geploegd voor een nieuwe boom. Deze wordt geplant door alle classiskerken én door een CGK-gemeente.
    Samen leveren deze gemeentes voldoende menskracht, gedrevenheid en geld om deze boom in de grond te zetten.
    Dat is visie op kerkplanting!
  • Boomkwekerijen
    Gebruik het kerkverband voor iets nuttigs.
    Regel samen geld en tijd, beschrijf met aandacht en verlangen nieuwe boomkwekerijen, en opleiding van personeel.Herneem je zelf als kerkverband. Stop met de gesprekken over interne organisatie en boomsoort-problematieken.
    Zoek de moed, het geloof en de visie om nieuwe boomvormen uit te proberen.
    Die gaan er anders uit zien dan de oude bomen. So what! Als het loofbos maar groeit!Daarvoor zouden we m.i. boomkwekerijen moeten opzetten.
    Waar mensen hun handen vuil maken, aarde aan de vingers krijgen, fouten maken.
    En tegelijkertijd ook leren hoe ze kleine, nieuwe bomen kunnen poten,
    gebruikmakend van zaad, vruchten, afleggers en entmateriaal van de vele prachtige oudere bomen

Contextualisatie

Neem het karakter van Christus aan. Die legde al z’n heerlijkheid af voor Gods missie.
En vervolgens zijn eigen leven.
Grif Gods initialen in jouw stam. De jonge stam.
Hoe ouder je wordt, hoe zichtbaarder die zullen zijn.

Hij heeft de initialen van zijn naam
in mijn levensboom gegrift
Iedereen kan zien
van wie dit hart nu is
Ik moet er anders door gaan leven
Mijn hart van hem te kijk gaan geven
Het staat gekleed

Kerkverbanden mogen blijven!

Oh ja. Voor ik het vergeet te zeggen…
Wat mij betreft blijven die kerkverbanden er. Geen enkel probleem.
Mits ze

  • heel veel ruimte scheppen voor nieuwe bomen
  • het bos als geheel op de eerste plaats zetten
  • De boomsoort an sich niet per se in stand willen houden.
  • Het doel van de boomsoort het LOOFBOOS is:
    een LOOFbos waar veel PLAATS is voor nieuwe rust- en voedselzoekers

 

loofbomen